Als vriendschap voor je neus ligt

12642477_944597045629208_4024051276341059760_nIk heb heel weinig vrienden. Er zijn heel veel mensen met wie ik heel goed op kan schieten, mensen met wie ik goed kan praten, maar dat maakt ze niet automatisch vrienden, op die term ben ik echt heel erg zuinig.

Elk jaar ga ik minstens één keer naar Amerika. Niet omdat ik het eten daar zo lekker vind (want dat valt vies tegen zodra je een beetje smaak ontwikkeld hebt), maar omdat Mickey en Ann daar wonen en ik bij hen kan logeren. Mickey en Ann durf ik echte vrienden te noemen. Zodra ik bij hen door de voordeur stap, vallen al mijn twijfels weg. Ik ben niet bang dat zij mij niet leuk vinden. Ik ben niet bang dat ik niet goed genoeg ben of dat ik raar ben. En als ik raar ben, dan vinden zij dat prima. Bij Mickey en Ann durf ik mezelf te zijn in mijn allerpuurste vorm, zonder twijfels, zonder angsten en dat ervaar ik hier in Nederland maar zelden.

Tripjes naar Amerika zijn duur, ik moet daar hard voor werken. Extra hard, want mijn vrouw en ik besloten om in 2005 (inderdaad, vlak voor de crisis) een winkel te starten, wat echt een heel goed idee was, totdat die crisis uitbrak. Een prachtig avontuur waar ik elke maand financieel nog flink aan herinnerd word bij het afbetalen in termijnen. Maar ik heb er geen spijt van, want door de winkel ben ik in contact gekomen met? Precies, Mickey en Ann. Zo heeft alles een reden en is alles met elkaar verbonden.

Nooit tijd

Dat alles bij elkaar zorgt ervoor dat ik al jaren veel te veel uren maak, en mijn sociale contacten redelijk heb verwaarloosd. Niet helemaal, want online wordt er nog steeds veel gepraat, kan ik nog steeds een luisterend oor bieden en ben ik nooit helemaal afwezig geweest. Maar van afspreken kwam het nooit, want ik had geen tijd. Er zijn mensen die dat na een tijdje niet meer trekken, en die verdwijnen dan langzaam uit je leven. Er zijn mensen die ook heel bewust uit je leven stappen omdat ze niet begrijpen dat je de schaarse tijd die je dan over hebt graag met je gezin doorbrengt. Of alleen, om bij te komen. En er zijn de mensen die blijven plakken. Die keer op keer bereid zijn om energie in je te steken, omdat ze weten dat het niet slecht bedoeld is en omdat ze weten dat je geeft wat je kunt. Die mensen noem ik niet alleen vrienden, die noem ik Maya.

De afgelopen jaren heeft Maya me regelmatig gevraagd wanneer we nu eens gingen afspreken. Ik voelde me daar elke keer slechter bij, want met haar heb ik altijd een hele hechte vriendschap gehad en ik had het gevoel dat ik haar teleurstelde (wat ik in essentie natuurlijk ook deed). Maar waar de ene na de andere persoon uit mijn leven verdween, bleef zij volhouden. Niet een week, niet een maand, maar tien jaar om precies te zijn. En afgelopen weekend, toen Martine naar Duitsland was en ik écht even niet kon werken (want twee stuiterende kinderen) kwam het er eindelijk van. Maya kwam pannenkoeken eten met haar kids.

Van slag

Dat het een supergezellige dag zou worden (en dat ik echt héél slecht ben in pannenkoeken bakken), daar twijfelde ik niet aan. De kinderen konden het prima met elkaar vinden, en wat begon met voorzichtig handje schudden, eindigde met vanaf de bank op een luchtbed springen (met alle risico’s van dien overigens). Wat ik niet aan zag komen, was dat ik de hele avond daarna van slag ben geweest. Ik heb alle social media gemeden, omdat zelfs een plaatje van een kitten me waarschijnlijk aan het brullen had gekregen.

Waarom? Niet zozeer omdat we na tien jaar nog net zo close waren als al die jaren tevoren. De dag heeft me zo enorm geraakt, omdat het me deed inzien hoe stom ik ben geweest en hoeveel tijd ik heb verspild. Elk jaar ga ik minstens één keer naar Amerika, omdat ik bij Mickey en Ann mezelf kan zijn in de allerpuurste vorm en werk ik me een slag in de rondte om dat te kunnen bekostigen. En laat dat nu precies zijn waarom ik nooit tijd had om af te spreken met de persoon die me precies datzelfde gevoel geeft. Iemand die nog geen 26 minuten van mij vandaan woont. Iemand die ik voor eeuwig dankbaar zal zijn dat ze nooit heeft opgegeven toen ik blind was. Want hoe blind moet je zijn om duizenden kilometers te reizen om je veilig te voelen, als vriendschap voor je neus ligt.